Geschiktheid

De Pensioenwet schrijft voor dat pensioenfondsbestuurders genoeg kennis en ervaring moeten hebben om het fonds te besturen. De Nederlandsche Bank toetst ze hierop wanneer ze in het bestuur willen. Er zijn twee geschiktheidsniveaus: niveau A is een basisdeskundigheid op het gebied van kennis, inzicht en oordeelsvorming. Niveau B is een verdieping van niveau A. Alle bestuursleden hebben op meerdere deskundigheidsgebieden niveau B.

De deskundigheidsgebieden hebben betrekking op wet- en regelgeving, pensioenreglementen en –soorten, organisatiebestuur, actuariële aspecten van pensioen en vermogensbeheer, administratieve organisatie  en interne controle, uitbesteding en communicatie.

Jaarlijks evalueert het Algemeen Bestuur zijn functioneren. Hierover leggen de bestuursleden ook verantwoording af aan het Verantwoordingsorgaan.