MARKTONTWIKKELINGEN APRIL 2025

April was een zeer volatiele maand voor financiële markten. Het begon op ‘Liberation Day’, toen president Trump aanzienlijke importtarieven aankondigde voor vele handelspartners. Door angst voor recessie daalden aandelenkoersen hard en ook grondstofprijzen en rente gingen omlaag. Ook de Amerikaanse dollar moest het ontgelden na een verkoopgolf van buitenlandse beleggers van Amerikaanse obligaties. De obligatiemarkt van de VS wordt geleidelijk steeds minder gezien als stabiel, en beleggers gaven (even) de voorkeur aan veilig geachte landen als Duitsland.

De reactie van de markt liet president Trump niet onbewogen. Enkele dagen later kondigde hij een pauze aan van 90 dagen voor de implementatie van de importtarieven; en tevens zag hij ruimte voor het maken van deals met individuele landen. Hij vermeldde er zelfs bij dat het een goed moment was om aandelen te kopen. Dit zeer opmerkelijke nieuws miste zijn effect niet, aandelenkoersen gingen weer de lucht in.

Het onzekere politieke klimaat begint door te sijpelen in de reële economie waar groeicijfers iets tegenvielen. Hierdoor was er ruimte voor de ECB om de beleidsrente wederom te verlagen met 0,25% tot 2,25%

 Aandelen

Ook al was het niet zo slecht als in maart, ook in april deden de aandelenmarkten een behoorlijke stap terug. De MSCI All Countries World index (in euro gemeten) leverde 4,1% in ten opzichte van vorige maand. De rendementen van opkomende markten (-3,7%) en ontwikkelde markten (-4,1%) bleven dit keer vlak bij elkaar in de buurt. Ook nu was binnen ontwikkelde markten Noord-Amerika veruit de slechtst presterende regio: -5,3%. Bij Europa (-0,8%) en Pacific exclusief Japan (-0,7%) was het verlies beperkt, en Japan deed het nog iets beter (onveranderd ten opzichte van maart). Bij opkomende markten viel op dat Latijns-Amerika weer een positief rendement wist te behalen (+1,6%), waar de regio’s EMEA (-3,4%) en Azië (-4,3%) een aardige veer lieten. China was de grootste verliezer met een negatief rendement van -9,0%. Aandelen met de stijl groei (-2,1%) deden het ook in april weer relatief beter dan aandelen met de stijl waarde (-6,1%).

Obligaties

Bovengenoemde effecten zorgden voor minder vraag naar Amerikaanse staatsobligaties. Hierdoor daalde de 10-jaarsrente in Amerika ‘slechts’ met 0,04% tot 4,16%. Sterkere dalingen waren zichtbaar in Europa. In Nederland daalde de 10-jaarsrente op staatsobligaties met 0,28% (tot 2,68%). De 10-jaarsrente op Duitse staatsobligaties daalde met 0,29% (tot 2,44%). De ‘flight to safety’ zorgde voor een lagere risicobereidheid bij beleggers. De risico-opslag van minder risicovolle bedrijfsobligaties steeg met 0,14% tot 1,09%. Een vergelijkbare stijging zagen we bij staatsobligaties van opkomende markten (+0,19% tot 3,68%). Meer risicovolle bedrijfsobligaties kenden een sterkere stijging van 0,45% (tot 4,00%).